“Je moet er zelf echt wel je best voor doen”

Daar sta je dan. Op dat moment 61 jaar. Vijftien jaar als vrachtwagenchauffeur door heel Europa gereden. Vijftien jaar als procesoperator achter de rug. Maar daarna: de ziektewet en de bijstand. Dan wil je wel weer aan het werk. Daarom klopte Anco Kiers aan bij Spaarne Werkt. En het lukte om een baan te vinden: dankzij Anco en zijn veegwagen ligt het terrein van AEB in Amsterdam er elke dag weer netjes bij.
Het kostte Anco Kiers vijf bezoeken aan het UWV voor hij een werkfit-traject bij Spaarne Werkt mocht starten. (“Je moet er zelf echt wel je best voor doen”, zegt hij droog). Na afloop van dat traject werkte hij op vrijwillige basis op de metaalafdeling. Hij wilde eigenlijk blijven, maar dat bleek onmogelijk.
Begeleide trajecten
“Michelle, mijn jobcoach bij Spaarne Werkt, kwam toen met Milieuwerk als mogelijke nieuwe werkgever. Daarom is het ook zo gigantisch belangrijk dat er een club als Spaarne Werkt is waar mensen zoals ik terecht kunnen. Waar je begeleide trajecten hebt en waar ze je helpen werk te vinden. Ik heb genoeg te zeuren over Nederland, maar dat is goed geregeld. Waar anders lukt het op mijn leeftijd om nog een baan te vinden?”
Een passende baan
Sociale onderneming Milieuwerk verbindt mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie aan werk in de circulaire economie. “Wij werken samen met Spaarne Werkt, bijvoorbeeld voor de doorstroming van kandidaten”, legt Christel Verhaaf van Milieuwerk uit. Zij is Anco’s jobcoach.
In het sollicitatiegesprek legde Anco al zijn kaarten op tafel. “Natuurlijk, je moet eerlijk zijn over wat je kunt en wilt. Anders heb je uiteindelijk alleen jezelf ermee.” Anco vertelde bijvoorbeeld graag zelfstandig te willen werken. Ook zijn fysieke situatie kwam aan bod. Christel: “Ik had gehoord dat er bij AEB veranderingen waren bij het terreinbeheer. Daarom dacht ik meteen aan een rol daarin. Dat leek me nou echt een passende baan.”
Ideale combinatie: ik kan zelfstandig werken en heb gezelligheid in de pauze
AEB verwerkt het huishoudelijk afval van de gemeente Amsterdam. Na de inzameling wordt het afval gestort en gesorteerd. Wat hergebruikt kan worden, wordt hergebruikt. De rest wordt verbrand. Daarmee wordt energie opgewekt voor de gemeente Amsterdam. Van de asresten worden uiteindelijk ook weer grondstoffen gemaakt. Bijvoorbeeld voor de betonindustrie.
Terreinbeheer
Bij AEB is Guido Tromp terreinbeheerder en Anco’s eerste aanspreekpunt. Guido: “We hebben hier een terrein van 32 hectare. Met een aantal collega’s, waaronder Anco, houden wij ons bezig met het beheer van het grootste gedeelte buiten.”
En Anco levert daar dus een bijdrage aan met zijn veegwagen. “Ik begin ’s ochtends om zeven uur. Inmiddels heb ik wel een vaste route ontwikkeld. Ik weet nu wel welk deel van het terrein het meest wordt gebruikt en dus schoongehouden moet worden. Dat is machtig mooi werk. Ik kan heel zelfstandig werken. En als er wat is, dan bel ik Guido. Met hem had meteen een klik. Ik ben fel en hij is stabiel. We hebben dezelfde hobby’s. Dus samen werkt dat ongelofelijk goed.”
Eigen routes
Ook Guido is te spreken over de samenwerking. “Het is ontzettend belangrijk dat je zorgvuldig omgaat met de veegwagen. Je ziet het er misschien niet aan af, maar het is een heel kostbaar ding. Daarnaast moet je in deze rol juist zelfstandig kunnen werken. Je moet zelf zien waar het schoongemaakt moet worden. En met Anco gaat dat perfect, want hij heeft helemaal zijn eigen routes ontwikkeld. Als je hem zijn gang laat gaan, dan weet je dat het werk goed gedaan wordt.”
Met hem had meteen een klik. Ik ben fel en hij is stabiel.
Thuis even bijkomen
Anco voelt zich thuis bij het afvalverwerkingsbedrijf. “Ik heb hier de kans gehad. Daar ben ik blij mee. Als ik collega’s kan helpen, dan doe ik dat. Dan breng ik ze bijvoorbeeld een keertje naar huis of wat dan ook. Dat is toch normaal? Joh, het werk kan ik zelfstandig doen en in de pauze is het hartstikke gezellig in de keet. Dat is voor mij een ideale combinatie. Het werk is natuurlijk wel vermoeiend. Als ik thuiskom, ga eerst even bijkomen met een sigaartje en een mooi muziekje. ’s Avonds dan weer vroeg naar bed. Het is best een mooi leven zo.”